Indische Nederlanders en hun opgelegde identiteit

Jij bent toch Indo?

Indische Nederlanders of Indo’s? Is er dan een verschil?
En waar komen die termen vandaan?

Tijdreizigers

Mijn ouders waren beiden Indische Nederlanders. Op Java geboren in respectievelijk 1918 en 1920. Daar getrouwd in 1942. Naar Nieuw-Guinea verhuisd in 1953. In Nederland sinds 1962. Ze zijn nooit teruggekeerd naar hun geboorteland. Dat kon ook niet. Het land waar zij vandaan kwamen, bestond niet meer. Mijn ouders waren 20e eeuw tijdreizigers. Geboren en meer dan vier decennia getogen in Nederlands-Indië, een van de overzeese kolonies van Nederland, waar Nederland(s zijn) de boventoon voerde.

 

Indisch en Nederlands

Als Indische Nederlanders verstonden zij de kunst van het omgaan met twee werelden en spraken zij Nederlands, Maleis en Javaans. Als Indische Nederlanders werden zij door de Nederlandse gemeenschap gezien als Indonesisch en door de Indonesische gemeenschap gezien als Nederlands. Mijn ouders groeiden op in het besef dat zij zich thuis konden voelen in beide groepen. En zo lang Nederland(s zijn) het voor het zeggen had, bleef alles zoals het was. Dat veranderde helemaal toen de Indonesiërs zich vrij vochten uit de Nederlandse overheersing en op agressieve wijze te kennen gaven af te willen van alles wat Nederlands was. Indische Nederlanders stonden voor hen gelijk aan Nederlands. Dat moet gevoeld hebben als verraad voor hen die zich thuis voelden in beide werelden. In die zin spraken zij zich ook zo daarover uit. “De Indonesiërs hebben ons alles afgepakt. Terugkeren? Naar wat?”

 

Hoe het de 1e generatie Indische Nederlanders is vergaan

In Nederland aangekomen, was er geen sprake meer van twee culturen waartussen Indische Nederlanders moesten balanceren. Door het ontbreken van een tweede ‘vergelijkingsgroep’ werd hun anders zijn benadrukt en werden zij door de Nederlandse bevolkingsgroep nog altijd niet gezien als ‘echte’ Nederlanders en aangeduid met Indo. Dat bevorderde voor velen het verlangen naar een eigen plaats. Een erkenning van een eigen identiteit. Misschien ook wel een beetje een eigen thuis. Terug naar waar zij vandaan kwamen, konden zij niet en wilden velen ook niet door het gevoelde ‘verraad’. De nieuwe Indonesische staat had al hun bezittingen afgepakt en de Nederlandse staat weigerde hen daarin tegemoet te komen.
Dat moet gevoeld hebben als een messteek in de rug. Net als het feit, dat Indische Nederlanders geen stuiver salaris uitbetaald hadden gekregen. Indische Nederlanders in dienst van het koloniale bewind die in het Jappenkamp hadden gelegen naast Nederlandse Militairen of Mariniers kregen niets, terwijl hun Nederlandse kamergenoten keurig alle achterstallige soldij ontvingen. Het jarenlange gesteggel over een compensatie dat (na 70 jaren wachten) uiteindelijk (2015) een schamel bedrag opleverde voor de dan nog in leven zijnde Indische Nederlanders (minder dan 15% van de oorspronkelijke rechthebbenden), is nog zo’n voorbeeld waardoor Indische Nederlanders zich ook door Nederland verraden moeten hebben gevoeld.

 

Hoe bij mij thuis werd gedacht over ‘de Indo’

Bij mij thuis kwamen de schilderijen, de bijlen, speren, de batik stoffen en al die andere zichtbare stukken uit een Indisch verleden pas eind jaren zestig tevoorschijn. In de daaraan voorafgaande jaren probeerden mijn ouders vooral niet teveel de nadruk te leggen op hun Indische Nederlanderschap. Mijn vader is geboren uit de huwelijkse gemeenschap van een Indische Nederlander en een Indische Nederlandse. Hij trok zich niets aan van het ‘identiteitsvraagstuk van de Indo’. Mijn moeder is geboren uit de huwelijkse gemeenschap van een ‘rasechte’ Nederlander uit een eeuwenoud patriciërs geslacht en een ‘rasechte’ Javaanse vrouw. Mijn moeder zag zichzelf als een Nederlandse die opgegroeid was in de tropen. Zij spiegelde zich op geen enkele manier aan de Indische kant van haar komaf. Zij verdrong of ontkende het niet, getuige haar huwelijk met een Indische Nederlander. Voor haar stond een Indische Nederlander gelijk aan een Nederlander en behoorde een Indo tot de Indonesische bevolking.

 

Indisch kind

Zelf merkte ik al vroeg dat ik door mijn naam en mijn uiterlijk gezien werd als ‘niet echt Nederlands’. Voor mij werkte dat als een filter. Met kinderen die onverschillig waren over mijn afkomst, sloot ik gemakkelijker vriendschap. Tegenover kinderen die het opviel (positief of negatief), was ik gereserveerder. Toen ik een jaar of tien was, vroeg ik mijn vader wat Indo was. Hij pakte de huid op zijn onderarm en hield een velletje vast tussen duim en wijsvinger en trok eraan en zei: “Indo is hoe anderen jou zien. Ben jij maar gewoon John dan heeft wat anderen van jou denken geen effect op jou”. Als ik mijn moeder vroeg hoe het zat met dat Indo zijn dan was zij speels verontwaardigd. “Nee hoor, jij bent Nederlands. Zo ben jij opgevoed. Een Indo hoort in Indonesië”, en dan lachte zij erbij.

 

wieteke-van-dort-indo

Hoe Indische Nederlanders omgaan met de opgelegde Indo identiteit

De 1e generatie Indische Nederlanders die zich in Nederland vestigde, bracht een stukje cultuur met zich mee. De toko, de Pasar Malam, de Indo-Rock (tot eind jaren zestig), de Late Late Lien Show (tot eind jaren tachtig), waarin Wieteke van Dort een Indo karikatuur aandikte. Allemaal uitingen die de term Indo bevestigden en die een voedingsbodem vormden voor een eigen interpretatie van een opgedrongen ‘identiteit’. Het mondde in de jaren daarna zelfs uit in een zelfbedachte vlag voor Indo’s. En er zijn vele actieve sociale media groepen, websites en blogs en vlogs die de term Indo bekrachtigen. Voel je jezelf Indo in plaats van (Indische) Nederlander dan kun je daar terecht voor herkenning. En het helpt je om je erkend te voelen als een aparte groep. Maar Indische Nederlanders zijn geen aparte bevolkingsgroep zoals Marokkanen, Antillianen, Molukkers, Surinamers en immigranten uit andere landen, ook al worden zij zo gezien en behandeld door wie zich ‘meer Nederlands’ voelt. Het zijn Nederlandse staatsburgers, afkomstig uit gemengde huwelijken in de voormalige kolonie. Naarmate er meer generaties volgen, wordt het aantal met uiterlijke kenmerken die hun gemengde afkomst tonen minder.

 

Indische-Nederlanders-opgaan-in-de-samenleving

Van aanpassen aan naar opgaan in

Nu, meer dan een halve eeuw sinds de laatsten van de Indische Nederlanders naar Nederland kwamen, is de manier waarop Indische Nederlanders omgaan met de opgelegde term Indo net zo gevarieerd als hun herkomst. Er zijn er die zich als Indonesiërs voelen in Nederland en er zijn er die zich meer Nederlander voelen dan Nederlanders. Ergens in het midden zitten de mensen die door hun uiterlijk beschouwd worden als Indo en zichzelf niet zo zien. Zij kunnen net zoveel genieten van klepon, risolles, bapao, pasars, slapen met een goeling, een bottel tjebok op de wc, als de polonaise, haring met uitjes, stamppot en sokken in sandalen. Zij voelen zich thuis op een kumpulan met een bord nasi op schoot en in de obligate kringzitting op een Hollandse verjaardag.
Ik ben een Indische Nederlander. Ik ben sinds mijn geboorte in aanraking gekomen met een mengeling van culturen waarin ik me thuis kan voelen. Niet miskend gevoeld, beschouw ik Nederland als mijn vaderland en zoek ik mijn eigen weg in het leven als uniek individu. Ik durf wel te stellen, dat door die instelling, de Indische Nederlanders in elk land van de wereld zich snel thuis zullen voelen en zonder al te veel problemen uiteindelijk opgaan in de oorspronkelijke bevolking.

 

* * *

Share This